Blikken melkmaten 1/4 LITER # deze pagina toont 4 melkmaten

008


Melkmaat 1/4 LITER melkmaat in oorlogsjaren

G. Stadsvoort Nieuwkoop

Voor meer en grotere foto's klik op de melkmaat 

Op de rand van de melkmaat staat 9 afgeslagen, het nummer van het ijkkantoor Amsterdam gevolgd door 1 jaarletter van goedkeuring; n 1940-1941
Tevens is op de melkmaat aangebracht een plaatje met daarop aangegeven de inhoud: 1/4 LITER en het fabrieksmerk: G.S.

Bijzonderheden
> Integenstelling tot de 1/4 liter onder volgnummer 011 genoemd,
   zijn kantoornummer en jaarletters op deze melkmaat afgeslagen
   met stempelveld en heeft deze een brede rand.
> de breedte van het handvat is 14 mm
   (zie verderop het verzoek af te mogen wijken van 10-12mm naar 14mm
   handvaten).

Informatie over de fabrikant;
G. Stadsvoort Nieuwkoop
Jaar van 1e aanbieding 1933
Jaar van laatste aanbieding 1944
Soort metaal: Blik, IJzer, Koper en RVS.

Zie ook: Nederlandse Metrieke Inhoudsmaten pagina 63.

Deze buiten de "normale reeks" vallende inhoud, het melkmaatje van 1/4 liter is in de oorlogsjaren aan het reglement toegevoegd.

Interessant is nu waarom?
Het archief van het ijkwezen laat de navolgende historie aan het licht komen.

Op 1 april 1941 wijst de "Algemeene Nederlandsche Zuivelbond" de Inspecteur van het IJkwezen er op, dat in verband met "de voorbereide melk rantsoenering binnenkort een grote vraag zal bestaan naar melkmaten, waarvan de inhoud overeenkomt met rantsoenen dus 1/4 L." Per hoofd van de bevolking zou namelijk 1/4 liter melk worden gedistribueerd.
Echter tot dusver waren nog geen 1/4-litermaten tot de ijk toegelaten. Aanpassing van de voorschriften werd dan ook gevraagd. Reeds enkele dagen later op 3 april 1941 berichtte de inspecteur van het ijkwezen de zuivelbond een voorstel tot wijziging van het reglement op de maten, gewichten, meet- en werktuigen bij de Secretaris-generaal van het departement van Handel, nijverheid en scheepvaart te hebben ingediend, waardoor keuring van de 1/4 litermaatjes mogelijk zou worden. Op 30 april 1941 berichtte de Inspecteur van het IJkwezen de Zuivelbond de eer te hebben, "dat bij beschikking van den Secretaris-Generaal van het Departement van Handel, Nijverheid en Scheepvaart van 24 April 1941 no. 18466 J.A. Directie van Handel en Nijverheid, een wijziging van de beschikking ter uitvoering van het Reglement op de maten, gewichten, meet- en weegwerktuigen 1939 is vastgesteld, waarbij inhoudsmaten van 1/4 liter tot de keuring (ijk) zijn toegelaten". De diameter van de 1/4 liter werd gelijk gesteld aan die van de 2 deciliter, t.w. ten minste 63 mm en ten hoogste 64 mm. Door deze keuze konden de instrumenten uit de doos van Bourje worden gebruikt. Met behulp van deze meetinstrumenten uit deze doos kunnen de fouten van alle cilindrische maten worden bepaald.
Op de meetinstrumenten is namelijk de fout af te lezen ten opzichte van de waarde die voor een afmeting is voorgeschreven.

Alleen de hoogtemeter moest natuurlijk iets worden aangepast, omdat de afmeting van de hoogte van een 1/4-litermaatje er uiteraard niet op was aangegeven.  

De hierboven genoemde beschikkingswijziging werd opgenomen in de Nederlandsche Staatscourant van donderdag 24 april 1941, No. 79. In verband met materiaalschaarste zijn er toestemmingen verleend om van de voorschriften af te wijken, zoals uit onderstaande zal blijken. In het archief vindt men o.a. de brief van de Inspecteur van het IJkwezen van 7 mei 1941, gericht aan de "Heeren DIRECTEUREN van de IJKKANTOREN", die handelt over het feit dat men geen vertind ijzer van een bepaalde breedte kan krijgen voor de handvatten en banden. Het volgende citaat is zeker illustratief te noemen: "dat de fabrikant Stadsvoort verzocht heeft· de blikken maten van 1/4 liter te mogen voorzien van een handvat en band van vertind ijzer ter breedte van 14 mm, hoewel daarvoor slechts 10 - 12 mm is toegestaan. Het verzoek houdt verband met schaarste van materiaal: band van 12 mm schijnt niet meer in den handel voor te komen; band van 14 mm nog wel. Veel arbeid zou geëist worden om die bredere banden af te slijpen tot de voorgeschreven maat. Aangezien deze bredere handvatten en banden de iets forsere maten van 1/4 liter zeker niet misstaan, stel ik U voor het verzoek in te willigen".

De brief besluit met de mededeling dat de directeuren van de ijkkantoren 1/4-litermaten met een handvat en een band van vertind ijzer ter breedte van 14 mm tot de keuring mogen toelaten. Op 10 oktober 1941 gaat weer een brief uit naar de directeuren van de ijkkantoren, waarin op de vraag van fabrikant Houtgraaf  (HG) uit Dordrecht "of het in verband met materiaal-schaarschte geoorloofd is, voor de samenstelling van maten, in plaats van blik, vertind plaatijzer te gebruiken," gunstig wordt beslist en "tijdelijk kan worden toegestaan voor de samenstelling van maten, in plaats van blik, vertind plaatijzer te gebruiken onder voorwaarde, dat de kwaliteit van het plaatijzer noch het vertinnen te wenschen overlaat".

De bezettingsjaren duurden lang en het zal u niet verbazen dat door de materiaal schaarste het vervaardigen van inhoudsmaten steeds moeilijker werd. Er kwam zelfs een tijd dat zelfs de messing plaatjes die de inhoud op de maten moesten aangeven niet meer voorhanden waren. Naast de vele toestemmingen die zijn verleend om van de voorschriften af te wijken zijn er volgens dhr. Jan Bot († 1999) van het toenmalige ijkwezen ook nog oogluikend kleine afwijkingen toegestaan.
 

009


Melkmaat 1/4 LITER melkmaat in oorlogsjaren

G. Stadsvoort Nieuwkoop

Voor meer en grotere foto's klik op de melkmaat 

Op de rand van de melkmaat staat 9 afgeslagen, het nummer van het ijkkantoor Amsterdam gevolgd door 7 jaarletters van goedkeuring;
n 1940-1941, p 1942-1943 q 1944-1946, r 1947-1948, s 1949-1950,
t 1951-19512, v 1953-1954.
Tevens is op de melkmaat aangebracht een plaatje met daarop aangegeven de inhoud: 1/4 LITER en het fabrieksmerk: G.S.

Bijzonderheden
> De melkmaat heeft een laag handvat en schuimrand een z.g.n. tapmaatje
> kantoornummer en jaarletters op deze melkmaat zijn afgeslagen
   zonder stempelveld.
> de breedte van het handvat is 14 mm
   (zie verderop het verzoek af te mogen wijken van 10-12mm naar 14mm
   handvaten).

Informatie over de fabrikant;
G. Stadsvoort Nieuwkoop
Jaar van 1e aanbieding 1933
Jaar van laatste aanbieding 1944
Soort metaal: Blik, IJzer, Koper en RVS.

Zie ook: Nederlandse Metrieke Inhoudsmaten pagina 63.

Deze buiten de "normale reeks" vallende inhoud, het melkmaatje van 1/4 liter is in de oorlogsjaren aan het reglement toegevoegd.

Interessant is nu waarom?
Het archief van het ijkwezen laat de navolgende historie aan het licht komen.

Op 1 april 1941 wijst de "Algemeene Nederlandsche Zuivelbond" de Inspecteur van het IJkwezen er op, dat in verband met "de voorbereide melk rantsoenering binnenkort een grote vraag zal bestaan naar melkmaten, waarvan de inhoud overeenkomt met rantsoenen dus 1/4 L." Per hoofd van de bevolking zou namelijk 1/4 liter melk worden gedistribueerd.
Echter tot dusver waren nog geen 1/4-litermaten tot de ijk toegelaten. Aanpassing van de voorschriften werd dan ook gevraagd. Reeds enkele dagen later op 3 april 1941 berichtte de inspecteur van het ijkwezen de zuivelbond een voorstel tot wijziging van het reglement op de maten, gewichten, meet- en werktuigen bij de Secretaris-generaal van het departement van Handel, nijverheid en scheepvaart te hebben ingediend, waardoor keuring van de 1/4 litermaatjes mogelijk zou worden. Op 30 april 1941 berichtte de Inspecteur van het IJkwezen de Zuivelbond de eer te hebben, "dat bij beschikking van den Secretaris-Generaal van het Departement van Handel, Nijverheid en Scheepvaart van 24 April 1941 no. 18466 J.A. Directie van Handel en Nijverheid, een wijziging van de beschikking ter uitvoering van het Reglement op de maten, gewichten, meet- en weegwerktuigen 1939 is vastgesteld, waarbij inhoudsmaten van 1/4 liter tot de keuring (ijk) zijn toegelaten". De diameter van de 1/4 liter werd gelijk gesteld aan die van de 2 deciliter, t.w. ten minste 63 mm en ten hoogste 64 mm. Door deze keuze konden de instrumenten uit de doos van Bourje worden gebruikt. Met behulp van deze meetinstrumenten uit deze doos kunnen de fouten van alle cilindrische maten worden bepaald.
Op de meetinstrumenten is namelijk de fout af te lezen ten opzichte van de waarde die voor een afmeting is voorgeschreven.

Alleen de hoogtemeter moest natuurlijk iets worden aangepast, omdat de afmeting van de hoogte van een 1/4-litermaatje er uiteraard niet op was aangegeven.  

De hierboven genoemde beschikkingswijziging werd opgenomen in de Nederlandsche Staatscourant van donderdag 24 april 1941, No. 79. In verband met materiaalschaarste zijn er toestemmingen verleend om van de voorschriften af te wijken, zoals uit onderstaande zal blijken. In het archief vindt men o.a. de brief van de Inspecteur van het IJkwezen van 7 mei 1941, gericht aan de "Heeren DIRECTEUREN van de IJKKANTOREN", die handelt over het feit dat men geen vertind ijzer van een bepaalde breedte kan krijgen voor de handvatten en banden. Het volgende citaat is zeker illustratief te noemen: "dat de fabrikant Stadsvoort verzocht heeft· de blikken maten van 1/4 liter te mogen voorzien van een handvat en band van vertind ijzer ter breedte van 14 mm, hoewel daarvoor slechts 10 - 12 mm is toegestaan. Het verzoek houdt verband met schaarste van materiaal: band van 12 mm schijnt niet meer in den handel voor te komen; band van 14 mm nog wel. Veel arbeid zou geëist worden om die bredere banden af te slijpen tot de voorgeschreven maat. Aangezien deze bredere handvatten en banden de iets forsere maten van 1/4 liter zeker niet misstaan, stel ik U voor het verzoek in te willigen".

De brief besluit met de mededeling dat de directeuren van de ijkkantoren 1/4-litermaten met een handvat en een band van vertind ijzer ter breedte van 14 mm tot de keuring mogen toelaten. Op 10 oktober 1941 gaat weer een brief uit naar de directeuren van de ijkkantoren, waarin op de vraag van fabrikant Houtgraaf  (HG) uit Dordrecht "of het in verband met materiaal-schaarschte geoorloofd is, voor de samenstelling van maten, in plaats van blik, vertind plaatijzer te gebruiken," gunstig wordt beslist en "tijdelijk kan worden toegestaan voor de samenstelling van maten, in plaats van blik, vertind plaatijzer te gebruiken onder voorwaarde, dat de kwaliteit van het plaatijzer noch het vertinnen te wenschen overlaat".

De bezettingsjaren duurden lang en het zal u niet verbazen dat door de materiaal schaarste het vervaardigen van inhoudsmaten steeds moeilijker werd. Er kwam zelfs een tijd dat zelfs de messing plaatjes die de inhoud op de maten moesten aangeven niet meer voorhanden waren. Naast de vele toestemmingen die zijn verleend om van de voorschriften af te wijken zijn er volgens dhr. Jan Bot († 1999) van het toenmalige ijkwezen ook nog oogluikend kleine afwijkingen toegestaan.
 

010


Melkmaat 1/4 LITER melkmaat in oorlogsjaren

H. Houtgraaf Dordrecht

Voor meer en grotere foto's klik op de melkmaat 

Op de rand van de melkmaat staat 8 afgeslagen, het nummer van het ijkkantoor Dordrecht gevolgd door 2 jaarletters van goedkeuring;
n 1940-1941, p 1942-1943.
Tevens is op de melkmaat aangebracht een plaatje met daarop aangegeven de inhoud: 1/4 LITER en het fabrieksmerk: H.G.

Bijzonderheden
> Integenstelling tot de 1/4 liters onder volgnummer 009 en 011 genoemd,
   zijn de kantoornummer en jaarletters op deze melkmaat afgeslagen in een
   rond stempelveld.
> de breedte van het handvat is 12 mm
   (zie verderop het verzoek af te mogen wijken van 10-12mm naar 14mm
   handvaten).

Fabrikant
H. Houtgraaf Dordrecht
Jaar van 1e aanbieding 1883
Jaar van laatste aanbieding 1965
Soort metaal: Blik, Koper, IJzer, Messing, RVS

Zie ook: Nederlandse Metrieke Inhoudsmaten pagina 63.

Deze buiten de "normale reeks" vallende inhoud, het melkmaatje van 1/4 liter is in de oorlogsjaren aan het reglement toegevoegd.

Interessant is nu waarom?
Het archief van het ijkwezen laat de navolgende historie aan het licht komen.

Op 1 april 1941 wijst de "Algemeene Nederlandsche Zuivelbond" de Inspecteur van het IJkwezen er op, dat in verband met "de voorbereide melk rantsoenering binnenkort een grote vraag zal bestaan naar melkmaten, waarvan de inhoud overeenkomt met rantsoenen dus 1/4 L." Per hoofd van de bevolking zou namelijk 1/4 liter melk worden gedistribueerd.
Echter tot dusver waren nog geen 1/4-litermaten tot de ijk toegelaten. Aanpassing van de voorschriften werd dan ook gevraagd. Reeds enkele dagen later op 3 april 1941 berichtte de inspecteur van het ijkwezen de zuivelbond een voorstel tot wijziging van het reglement op de maten, gewichten, meet- en werktuigen bij de Secretaris-generaal van het departement van Handel, nijverheid en scheepvaart te hebben ingediend, waardoor keuring van de 1/4 litermaatjes mogelijk zou worden. Op 30 april 1941 berichtte de Inspecteur van het IJkwezen de Zuivelbond de eer te hebben, "dat bij beschikking van den Secretaris-Generaal van het Departement van Handel, Nijverheid en Scheepvaart van 24 April 1941 no. 18466 J.A. Directie van Handel en Nijverheid, een wijziging van de beschikking ter uitvoering van het Reglement op de maten, gewichten, meet- en weegwerktuigen 1939 is vastgesteld, waarbij inhoudsmaten van 1/4 liter tot de keuring (ijk) zijn toegelaten". De diameter van de 1/4 liter werd gelijk gesteld aan die van de 2 deciliter, t.w. ten minste 63 mm en ten hoogste 64 mm. Door deze keuze konden de instrumenten uit de doos van Bourje worden gebruikt. Met behulp van deze meetinstrumenten uit deze doos kunnen de fouten van alle cilindrische maten worden bepaald.
Op de meetinstrumenten is namelijk de fout af te lezen ten opzichte van de waarde die voor een afmeting is voorgeschreven.

Alleen de hoogtemeter moest natuurlijk iets worden aangepast, omdat de afmeting van de hoogte van een 1/4-litermaatje er uiteraard niet op was aangegeven.  

De hierboven genoemde beschikkingswijziging werd opgenomen in de Nederlandsche Staatscourant van donderdag 24 april 1941, No. 79. In verband met materiaalschaarste zijn er toestemmingen verleend om van de voorschriften af te wijken, zoals uit onderstaande zal blijken. In het archief vindt men o.a. de brief van de Inspecteur van het IJkwezen van 7 mei 1941, gericht aan de "Heeren DIRECTEUREN van de IJKKANTOREN", die handelt over het feit dat men geen vertind ijzer van een bepaalde breedte kan krijgen voor de handvatten en banden. Het volgende citaat is zeker illustratief te noemen: "dat de fabrikant Stadsvoort verzocht heeft· de blikken maten van 1/4 liter te mogen voorzien van een handvat en band van vertind ijzer ter breedte van 14 mm, hoewel daarvoor slechts 10 - 12 mm is toegestaan. Het verzoek houdt verband met schaarste van materiaal: band van 12 mm schijnt niet meer in den handel voor te komen; band van 14 mm nog wel. Veel arbeid zou geëist worden om die bredere banden af te slijpen tot de voorgeschreven maat. Aangezien deze bredere handvatten en banden de iets forsere maten van 1/4 liter zeker niet misstaan, stel ik U voor het verzoek in te willigen".

De brief besluit met de mededeling dat de directeuren van de ijkkantoren 1/4-litermaten met een handvat en een band van vertind ijzer ter breedte van 14 mm tot de keuring mogen toelaten. Op 10 oktober 1941 gaat weer een brief uit naar de directeuren van de ijkkantoren, waarin op de vraag van fabrikant Houtgraaf  (HG) uit Dordrecht "of het in verband met materiaal-schaarschte geoorloofd is, voor de samenstelling van maten, in plaats van blik, vertind plaatijzer te gebruiken," gunstig wordt beslist en "tijdelijk kan worden toegestaan voor de samenstelling van maten, in plaats van blik, vertind plaatijzer te gebruiken onder voorwaarde, dat de kwaliteit van het plaatijzer noch het vertinnen te wenschen overlaat".

De bezettingsjaren duurden lang en het zal u niet verbazen dat door de materiaal schaarste het vervaardigen van inhoudsmaten steeds moeilijker werd. Er kwam zelfs een tijd dat zelfs de messing plaatjes die de inhoud op de maten moesten aangeven niet meer voorhanden waren. Naast de vele toestemmingen die zijn verleend om van de voorschriften af te wijken zijn er volgens dhr. Jan Bot († 1999) van het toenmalige ijkwezen ook nog oogluikend kleine afwijkingen toegestaan.
 

011


Melkmaat 1/4 LITER melkmaat in oorlogsjaren

G. Stadsvoort Nieuwkoop

Voor meer en grotere foto's klik op de melkmaat 

Op de rand van de melkmaat staat 9 afgeslagen, het nummer van het ijkkantoor Amsterdam gevolgd door 3 jaarletters van goedkeuring;
n 1940-1941, p 1942-1943 Q 1944-1946.
Tevens is op de melkmaat aangebracht een plaatje met daarop aangegeven de inhoud: 1/4 LITER en het fabrieksmerk: G.S.

Bijzonderheden
> Integenstelling tot de 1/4 liter onder volgnummer 010 genoemd,
   zijn kantoornummer en jaarletters op deze melkmaat afgeslagen
   zonder stempelveld.
> de breedte van het handvat is 14 mm
   (zie verderop het verzoek af te mogen wijken van 10-12mm naar 14mm
   handvaten).

Informatie over de fabrikant;
G. Stadsvoort Nieuwkoop
Jaar van 1e aanbieding 1933
Jaar van laatste aanbieding 1944
Soort metaal: Blik, IJzer, Koper en RVS.

Zie ook: Nederlandse Metrieke Inhoudsmaten pagina 63.

Deze buiten de "normale reeks" vallende inhoud, het melkmaatje van 1/4 liter is in de oorlogsjaren aan het reglement toegevoegd.

Interessant is nu waarom?
Het archief van het ijkwezen laat de navolgende historie aan het licht komen.

Op 1 april 1941 wijst de "Algemeene Nederlandsche Zuivelbond" de Inspecteur van het IJkwezen er op, dat in verband met "de voorbereide melk rantsoenering binnenkort een grote vraag zal bestaan naar melkmaten, waarvan de inhoud overeenkomt met rantsoenen dus 1/4 L." Per hoofd van de bevolking zou namelijk 1/4 liter melk worden gedistribueerd.
Echter tot dusver waren nog geen 1/4-litermaten tot de ijk toegelaten. Aanpassing van de voorschriften werd dan ook gevraagd. Reeds enkele dagen later op 3 april 1941 berichtte de inspecteur van het ijkwezen de zuivelbond een voorstel tot wijziging van het reglement op de maten, gewichten, meet- en werktuigen bij de Secretaris-generaal van het departement van Handel, nijverheid en scheepvaart te hebben ingediend, waardoor keuring van de 1/4 litermaatjes mogelijk zou worden. Op 30 april 1941 berichtte de Inspecteur van het IJkwezen de Zuivelbond de eer te hebben, "dat bij beschikking van den Secretaris-Generaal van het Departement van Handel, Nijverheid en Scheepvaart van 24 April 1941 no. 18466 J.A. Directie van Handel en Nijverheid, een wijziging van de beschikking ter uitvoering van het Reglement op de maten, gewichten, meet- en weegwerktuigen 1939 is vastgesteld, waarbij inhoudsmaten van 1/4 liter tot de keuring (ijk) zijn toegelaten". De diameter van de 1/4 liter werd gelijk gesteld aan die van de 2 deciliter, t.w. ten minste 63 mm en ten hoogste 64 mm. Door deze keuze konden de instrumenten uit de doos van Bourje worden gebruikt. Met behulp van deze meetinstrumenten uit deze doos kunnen de fouten van alle cilindrische maten worden bepaald.
Op de meetinstrumenten is namelijk de fout af te lezen ten opzichte van de waarde die voor een afmeting is voorgeschreven.

Alleen de hoogtemeter moest natuurlijk iets worden aangepast, omdat de afmeting van de hoogte van een 1/4-litermaatje er uiteraard niet op was aangegeven.  

De hierboven genoemde beschikkingswijziging werd opgenomen in de Nederlandsche Staatscourant van donderdag 24 april 1941, No. 79. In verband met materiaalschaarste zijn er toestemmingen verleend om van de voorschriften af te wijken, zoals uit onderstaande zal blijken. In het archief vindt men o.a. de brief van de Inspecteur van het IJkwezen van 7 mei 1941, gericht aan de "Heeren DIRECTEUREN van de IJKKANTOREN", die handelt over het feit dat men geen vertind ijzer van een bepaalde breedte kan krijgen voor de handvatten en banden. Het volgende citaat is zeker illustratief te noemen: "dat de fabrikant Stadsvoort verzocht heeft· de blikken maten van 1/4 liter te mogen voorzien van een handvat en band van vertind ijzer ter breedte van 14 mm, hoewel daarvoor slechts 10 - 12 mm is toegestaan. Het verzoek houdt verband met schaarste van materiaal: band van 12 mm schijnt niet meer in den handel voor te komen; band van 14 mm nog wel. Veel arbeid zou geëist worden om die bredere banden af te slijpen tot de voorgeschreven maat. Aangezien deze bredere handvatten en banden de iets forsere maten van 1/4 liter zeker niet misstaan, stel ik U voor het verzoek in te willigen".

De brief besluit met de mededeling dat de directeuren van de ijkkantoren 1/4-litermaten met een handvat en een band van vertind ijzer ter breedte van 14 mm tot de keuring mogen toelaten. Op 10 oktober 1941 gaat weer een brief uit naar de directeuren van de ijkkantoren, waarin op de vraag van fabrikant Houtgraaf  (HG) uit Dordrecht "of het in verband met materiaal-schaarschte geoorloofd is, voor de samenstelling van maten, in plaats van blik, vertind plaatijzer te gebruiken," gunstig wordt beslist en "tijdelijk kan worden toegestaan voor de samenstelling van maten, in plaats van blik, vertind plaatijzer te gebruiken onder voorwaarde, dat de kwaliteit van het plaatijzer noch het vertinnen te wenschen overlaat".

De bezettingsjaren duurden lang en het zal u niet verbazen dat door de materiaal schaarste het vervaardigen van inhoudsmaten steeds moeilijker werd. Er kwam zelfs een tijd dat zelfs de messing plaatjes die de inhoud op de maten moesten aangeven niet meer voorhanden waren. Naast de vele toestemmingen die zijn verleend om van de voorschriften af te wijken zijn er volgens dhr. Jan Bot († 1999) van het toenmalige ijkwezen ook nog oogluikend kleine afwijkingen toegestaan.