Melkboer Dirk van den Broek

Dirk van den Broek (1924) was al op zijn vijftiende melkboer. Vanaf een wagen getrokken door een pony verkocht hij de melk van zijn vaders boerderij in Amsterdam-West. In 1942, midden in de tweede wereldoorlog begon hij een melkzaak, aan Mercatorplein 49. Dat zou de eerste zelfbedieningszaak van Amsterdam worden.

                       

Jan van den Broek leende zijn zoon 4000 gulden, maar hij moest wel 4% rente betalen. “Een jonge koopman moet krap in zijn contanten zitten” was het motto van vader van den Broek. Toen de melkrantsoenen tijdens de bezetting steeds krapper werden, ging Dirk limonade verkopen. In 1944 trouwt Dirk "zijn" Joukje. Joukje werkte ook in de zaak, zelfs toen ze hoogzwanger was. Tien dagen na de geboorte van de oudste stond ze weer in de zaak, de baby lag in een kinderwagen achterin.

Hongerwinter
Dankzij de boerderij van zijn ouders waren er eieren en soms vlees. Dirk wist in de Hongerwinter boter te bemachtigen bij een zuivelfabriekje in Noord Holland. In de laatste winter van de Tweede Wereldoorlog was er nauwelijks melk en boter te koop in Amsterdam. Veel mensen haalden bij de gaarkeuken een waterige soep. Alles was op de bon. Sommige klanten hadden hun bonnen toevertrouwd aan melkboer Dirk van den Broek. Op de fiets ging hij melkfabrieken in Noord Holland af en wist boter te bemachtigen. Dat leverde hem trouwe klanten op.

Vakdiploma's
Na de oorlog bleven veel levensmiddelen nog lang op de bon. In een reclameblaadje uit 1946 waarin stond wat er die week op bonkaart 606 te krijgen was, plaatste Dirk van den Broek zijn eerste advertentie. Hij noemt zijn zaak ‘Kampioen van West’. De zaken gingen nog moeizaam in de eerste naoorlogse jaren. Dirk breidde zijn assortiment uit met vleeswaren, conserveren en jam, maar moest dan wel een diploma voor kruidenier halen. In totaal zou hij 16 vakdiploma’s halen, onder andere textiel, aardewerk, ijs en brood. In 1946 nam hij een melkzaak over aan de Jan van Galenstraat 63. Met een motorfiets reed hij tussen zijn twee filialen. Dat was het begin van het Dirk van den Broek imperium.

Zelfbediening
In 1948 kreeg hij van een emigrant een Amerikaans blad opgestuurd met een artikel over Robert Otis en Ray Dawson die tijdens de economische depressie met een nieuw soort zaak, een zelfbedieningwinkel, waren begonnen. De klanten namen een mandje en pakten zelf hun boodschappen. Dirk was al verbouwingsplannen aan het maken toen hij hoorde dat Kruidenier van Woerkom in Nijmegen hem voor was met de eerste zelfbedieningszaak van Nederland. Dirk ging polshoogte nemen in het zuiden. Daarna bouwde hij snel de zaak aan Mercatorplein 49 om tot de eerste zelfbedieningszaak van Amsterdam. Metalen mandjes waren er nog niet, dus ze kochten rieten manden met een hengsel. Dirk en Joukje waren de eerste maand bezig om aan de huisvrouwen uit te leggen wat een zelfbedieningszaak is. Voor die tijd werd alles namelijk afgewogen door de winkelier. Het systeem werd een succes omdat Dirk door de zelfwerkzaamheid van de klanten goedkoper uit was, maar vooral omdat hij meer kon omzetten tegen lagere prijzen dan andere winkels. Hij bedong lagere inkoopsprijzen bij de grossier en kocht steeds vaker rechtstreeks bij de fabrikant.

Bronnen: Annemarie de Wildt,
ongepubliceerde biografie van Dirk van den Broek, gesprek met Dirk van den Broek jr. december 2010.