Melkmaten

Eeuwenlang werden er inhoudsmaten gemaakt, specifiek voor het afmeten van melk. Voordat het metrieke stelsel ingevoerd werd (voor de 'natte' maten in 1830) waren de melkmaten voor de kleinhandel gemaakt van tin, blik, en messing.
Dergelijke voormetrieke melkmaten zie je niet zo vaak meer, waarbij de messing exemplaren vaak niet als zodanig worden herkend.

Materiaal: bij de invoering van het metrieke stelsel in 1830 werden blikken en houten melkmaten toegestaan; en op verzoek van de melkhandelaren in 1840 ook die van tin, messing en koper. Uit de praktijk blijkt dat de metrieke tinnen melkmaten bijna niet zijn gemaakt, de houten en (dunne) blikken exemplaren waren te vergankelijk, zodat uit de begintijd alleen de messing (en koperen) melkmaten zijn overgeleverd. De messing en koperen maten waren daarbij vaak van zeer dun metaal vervaardigd waardoor hun levensduur beperkt was.
Grootschalige machinale fabricage vanaf ca. 1880 deed de kwaliteit van de messing en blikken melkmaten flink toenemen, en daarmee ook de levensduur van deze inhoudsmaten. Houten melkmaten werden rond deze tijd nog sporadisch geproduceerd en de tinnen melkmaten werden alleen nog in de IJkwet genoemd. Vanaf 1936 werd ook rvs (roestvaststaal / roestvrijstaal) toegestaan.

Vormgeving: Wij kennen melkmaten, die wat de vorm betreft in twee uitvoeringen te onderscheiden zijn,
1. het type melkmaat (schepmaat), zonder stortrand en met hoog- en laag open handvat.
2. de melkmaat (stortmaat), met stortrand en laag open handvat.
Een dergelijke maat was bedoeld om via een kraan te worden gevuld. Hierdoor ontstond schuim, waarin de consument niet was geïnteresseerd. De stortrand ving het schuim op; de eigenlijke maat werd tot de bovenrand gevuld en de consument kreeg zonder morsen zijn melk.

Goedkeuringsmerken op loodslab en / of bovenrand: De loodslab ook wel tinplak genoemd, op de inhoudsmaten mocht niet te dik zijn. Er waren namelijk fabrikanten die deze loodslabben compleet met goedkeuringsmerk van goede maten verwijderden en op afgekeurde maten plaatsten. Er werd opdracht gegeven om de plaatje zo dun te maken, dat ze niet konden worden verwijderd (archief ijkkantoor Leeuwarden, nr. 10415). Na april 1900 moesten de natte maten verplicht op de bovenrand worden geijkt.

De normale reeks: Van melkmaten is 1/2, 1, 2 deciliter en 1/2 liter, 1 en 2 liter waarbij dient te worden opgemerkt dat hoofdzakelijk melkmaten van 1/2 en 1 liter zijn gebruikt.
Buiten de normale reeks vallende melkmaat is die met een inhoud, van 1/4 liter.
Deze inhoud is in de oorlogsjaren gebruikt zie rubriek: blik ¼ liter.
In 1984 kreeg Eegema in (toen nog) Pernis toestemming voor het maken van aluminium melkmaten, waarvan de maat uit 1 stuk was geperst. Slechts 20 exemplaren werden gefabriceerd en verkocht.

Melkmeetemmer
Naast de melkmaten voor de kleinhandel ontstond binnen de melkfabrieken de behoefte aan grote melkmaten. Dit werden de melkmeetemmers, zoals die in Denemarken al waren ingevoerd: een inhoudsmaat met een drijver, waarbij de stang van de drijver is voorzien van een schaalverdeling in liters. Het ijkwezen wilde niet maar moest in 1897 na flinke aandrang overstag en stond ze daarna toe. Ze komen voor in groottes van 20, 30, 40 en 50 liter; ongeijkte exemplaren kunnen b.v. 15 liter meten. Meestal zijn ze van blik; er zijn echter ook exemplaren van koper en rvs gemaakt. De laatste exemplaren werden in 1961 gefabriceerd..

Melkmeetkraan
In 1932 werd de melkmeetkraan ingevoerd. Deze werd bevestigd op een flens onderaan een melkbus of vat. Per slag kon een halve liter worden afgemeten. In 1967 werd het laatste exemplaar ter ijk aangeboden; in de jaren '70 was het gebruik ervan spoedig afgelopen vanwege de overstap naar voorverpakte melk. Van dit type instrument zijn enkele duizenden exemplaren vervaardigd.