Circulaires Melkmaten

Internet Museum melkmaten.nl publiceert in deze rubriek delen uit de circulaires van het ijkwezen, periode
1870-1937 die specifiek betrekking hebben op melkmaten. De tekst is in het oudhollands.

Circulaires IJkwezen p. 93
Datum 14-02-1878
Nr. 319 Onderwerp Melkmaten
Groep Inhoudsmaten 73 N0.319 Melkmaten

’s Gravenhage 14 Februarij 1878

De Minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid heeft mij bij Missieve van 12 dezer No.22 afd. Handel en Nijverheid opgedragen U te berigten dat bij Schrijven van 27 September 1872 No.195 (12e afd) door den toenmaligen Minister van Binnenlandsche Zaken aan de ijker chef van dienst te Leeuwarden o.a. het volgende is medegedeeld. “Ofschoon een kleinere maat dan die van 2 deciliters voor het meten van melk niet algemeen wordt verlangd kunnen voor ’t geval daaraan behoefte bestaat tot dat doel ook de deciliters en halve deciliters worden toegelaten.” Daar in de vorige maand aan een der ijkkantoren 23 blikken melkmaten van 1/2 deciliter in 1877 te Leeuwarden geijkt, zijn afgekeurd omdat die maten beneden 2 deciliter zijn, is het wenschelijk voorgekomen dat de IJkers, Chefs van dienst van alle kantoren met bovenstaande beschikking worden bekend gemaakt, opdat ook in deze zooveel mogelijk eenheid in het toepassen der voorschriften plaatshebbe.

De Inspecteur van het IJkwezen (get.) A.J.H.v.d.Toorn
----
Circulaires IJkwezen p. 148
Datum 14 Oktober 1879 Nr. 1916
Onderwerp Stempeling
Groep Stempeling 104. No.1916 Stempeling

’s Gravenhage, den 14 October 1879

Het schijnt wenschelijk toe dat meet eenheid worde gebragt in de wijze waarop de maten en gewigten worden gestempeld, wat betreft de plaats waar de afslagen der ijkmerken worden gesteld. Ofschoon voor ijzeren, blikken en koperen inhoudsmaten voor drooge waren in art.37 van het Reglement van 16 October 1869 Stbl.No.159; voor de vochtmaten in art.55 van dat Reglement voor de onderdeelen van het gram bij Circulaire d.d. 20 September 1871 No.105. afd.12 Nijverheid, is bepaald, waar de ijkmerken zijn te plaatsen en omtrent de soort en de grootte van de voor de verschillende voorwerpen te bezigen stempels, bij beschikking d.d. 17 Junij 1875 No.67, afd.12 Nijverheid, bepalingen zijn gemaakt, is er toch nog, met in achtneming van die voorschriften gelegenheid om de afdrukken der ijkmerken op sommige stukken naar verkiezing in te prenten. Vooral wordt het politie-toezigt bemoeijelijkt, zoo bij de ambtenaren in den zelfden kring ofook in verschillende kringen op dat punt geene over eenstemming is waardoor regelmatigheid en orde wordt verstoord. In verband daarmede verzoek ik U mij te berigten op welke wijze de verschillende voorwerpen, zoowel bij IJk als herijk in Uwen kring worden gestempeld, vooral ook met het oog op de lengtematen, tinnen maten, houten maten voor drooge en natte waren en koperen gewigten, ook de stukken beneden 10 gram, met vermelding van de voorschriften die door U en de U toegevoegde ambtenaren volgens aangenomen gebruik, worden toegepast. In een der kringen is het mij gebleken dat niet met de noodige stiptheid het voorgeschreven gebruik der stempels bij den herijk is betracht. Zoo werden aldaar met stempel No.7 voorzien, o.a. de gewigten van 5 Gram, waardoor zeer natuurlijk de afslag van het goedkeuringsmerk onvolkomen op het voorwerp was afgedrukt. Zelfs voor de houten melkmaten had de hierbedoelde IJker zich van stempel No.7 bediend. Gelief mij mede te deelen of ook in Uwen kring is ontdekt dat dergelijk verkeerd gebruik van stempels, in strijd met het voorschrift omtrent de bestemming der stempels d.d. 17 Junij 1875, afd.12, door voorgangers of toegevoegde ambtenaren heeft plaats gevonden met opgave van de feiten die U bekend mogten zijn. Gaarne zal ik ook van U vernemen waar het afkeuringsmerk een plaats vindt op de verschillende maten en gewigten die tijdelijk of blijvend afgekeurd worden, en of op meer dan eene plaats zulke voorwerpen met dat merk worden voorzien. In sommige ijkkringen zijn de hulpmiddelen en benoodigdheden voor het stempelen niet zoodanig dat een alleszins goede en duidelijke afslag der merken ten allen tijde kan worden verwacht. Dit is vooral ook in dit jaar gebleken bij het nasporen en onderzoeken van de uit vele ijkkringen toegezonden koperen gewigten met verdachte merken, alstoen is opnieuw ontdekt dat dikwijls met weinig zorg en oplettendheid de goedkeuringsmerken op de voorwerpen worden gesteld, in mijne Circulaire d.d. 30 Augustus 1873 No.195 en 1 Julij ll.No.1195 werd daar op reeds gewezen en tot meer nauwkeurigheid en goed toezigt op de stempeling aangespoord. Door het diep inslaan van het ijkmerk, het bezigen van een te zwaren hamer, het gebruik van een niet voldoende schoongemaakten stempel, van een niet behoorlijke stempeltas en dergelijke meer, kan de afslag van het echte merk dikwijls zoozeer van eenen, waarbij de noodige voorzorgen in acht zijn genomen, afwijken, dat men zou vermoeden met een verdacht merk te doen te hebben. De meerdere of mindere vlakheid of zuiverheid van het te bestempelen metaal, gevoegd bij mogelijke trilling, voortspruitende uit onvasten vloer of waggelende stempeltas, het houden van den stempel, de kracht en de rigting van den slag, zijn even zoovele oorzaken tot het verkrijgen van een min gewenschten afdruk der stempelmerken. Gelief mij, ook betreffende dat punt, mede te deelen welke gewoonte aan Uw kantoor bestaat en of hamers van verschillende grootte en zwaarte voor de onderscheidene maten en gewigten, in overeenstemming met de grootte van het af te drukken merk, het te bestempelen oppervlak en de stof van het te stempelen stuk, worden gebruikt, als mede op welke voorwerpen de scherpe stempels, gezwart afgedrukt worden. Het zal mij aangenaam zijn duidelijke inlichtingen van U te ontvangen met bijvoeging van de redenen die tot het aannemen van de in Uwen kring gevolgde gebruiken aanleiding hebben gegeven. Indien een of meer gevallen, hierboven als oorzaken van onvoldoende stempeling genoemd, op Uwen kring van toepassing mogten zijn noodig ik U uit de vereischte maatregelen te nemen, ten einde ook de stempeling der maten en gewigtyen met de gevorderde nauwgezetheid te doen geschieden, en de U toegevoegde ambtenaren in dien geest wenken te geven. Nauwlettende toezigt op de bedienden, die geheel of gedeeltelijk met het stempelen mogten worden belast, is ten allen tijde, zoveel bij den ijk als bij den herijk, een eerste zorg der ambtenaren (Circulaire 30 Augustus 1873 No.195) Nieuwe bedienden behooren zich onder leiding van een der ambtenaren, te oefenen in het stempelen der voorwerpen, alvorens aan hen stempelwerk mag worden opgedragen. Voor deze praktische oefeningen kunnen uit de bureau-toelage eenige oude, niet meer bruikbare voorwerpen worden aangeschaft. Het optreden van geheel onervaren bedienden behoort vooral in de buitengemeenten niet plaats te vinden. Het zal zeker niet noodig zijn de wenschelijkheid om eenheid in de verschillende ijkkringen, ook in de zaak der stempeling, te verkrijgen, nader te ontwikkelen. Met het oog daarop en naar aanleiding van het bovenstaande heb ik de eer U te verzoeken bij Uw antwoord de, volgens Uwe zienswijze, noodige voorstellen, met behoorlijke toelichting te voegen, die in toepassing gebragt, de gewenschte eenheid zouden kunnen bervorderen.

De Inspecteur van het IJkwezen (w.g.) A.J.H.van den Toorn
----
Circulaires IJkwezen p. 169
Datum 22 oktober 1880 Nr. 1597
Onderwerp Herijk melkmaten
Groep Inhoudsmaten Herijk
117. No.1597 Herijk Melkmaten

’s Gravenhage, den 22 October 1880

In een der ijkkringen, waar voor het vervoer en den verkoop van melk langs de huizen, melkkannen worden gebruikt, en waar het sedert jaren de gewoonte is dat de melkmaten met den bodem naar boven om den hals dier kannen worden geplaatst, om de melk tegen vuil te beschutten en tevens de maat te doen uitlekken, bezaten de oude melkmaten een handvat dat eenigzins afweek van dat der modellen. Het was rond of ovaal en klein, zoodat de vinger er door kon worden gestoken en was in de nabijheid van den bodem aan den wand geplaatst. Tot voor den laatsten herijk werden zoodanige maten in bewusten kring steeds bij den herijk met het goedkeuringsmerk voorzien, doch bij den herijk in dit jaar werden alle zoodanige maten met het afkeuringsmerk gestempeld omdat de betrokken Chef van dienst een einde wilde maken aan die afwijkingen. Dit afkeuren was echter in strijd met de bij mijne Circulaire d.d. 17 Maart en 1 Julij 1879 No.595 en 1195 gegeven duidelijke voorschriften ten doel hebbende om het veelvuldige en willekeurige afkeuren bij den herijk tegen te gaan. Het bevreemdde dan ook niet dat meerdere melkboeren uit dien kring zich bij adres tot den Minister wendden verzoekende dat de melkmaten die naar hun gemak en keuze waren ingerigt, evenals vroegere jaren met het goedkeuringsmerk mogten worden voorzien. Overeenkomstig mijn voorstel heeft de Minister bij beschikking d.d. 16 October l.l. No.40 afd. Handel en Nijverheid adressanten te kennen gegeven “dat de bedoelde maten andermaal tot den herijk kunnen worden aangeboden en aan den wettelijke voorschriften voldoene van het goedkeuringsmerk zullen worden voorzien.” Indien in Uwen kring reeds geijkte melkmaten als hier bedoeld in gebruik mogten zijn of reeds geijkte maten mogten voorkomen die in eenig onderdeel afwijken, behooren zij, ingevolge de aangehaalde Circulaire, daarom bij den herijk niet te worden afgekeurd maar met het goedkeuringsmerk te worden gestempeld, indien zij overigens aan de bepalingen voldoen. Gelief in dien geest aan de voorschriften uitvoering te geven en den U toegevoegde ambtenaren, ook met het oog op den herijk in het volgende jaar, dienovereenkomstig opmerkingen te doen.

De Inspecteur van het IJkwezen (w.g.) A.J.H. van der Toorn
----
Circulaires IJkwezen p. 206
Datum 28 Augustus 1882 Nr. 602
Onderwerp Modellen blikken maten
Groep Inhoudsmaten Modellen 128.
No. 602 Modellen blikken maten.

's Gravenhage, 28 Augustus 1882

Krachtens ministeriele magtiging wordt U toegezonden een pakkist, inhoudende modellen van blikken maten en wel: 8 stuks inhoudsmaten voor drooge waren van 1 dekaliter tot 1/2 deciliter met koperen banden; 7 stuks oliematen van 1/2 dekaliter tot 1/2 deciliter 1 hooge vochtmaat van 1/2 dekaliter 3 stuks melkmaten (1 liter, 1/2 liter, 2 deciliter) met stortrand en tuit 3 stuks melkmaten (1 liter, 1/2 liter, 2 deciliter) zonder stortrand en tuit Alle gestempeld met den Leeuw en het goedkeuringsmerk R. Zij zijn onder mijn toezigt ingepakt, opdat door het transport geenerlei beschadiging zou kunnen ontstaan en het zal wel onnoodig zijn U te verzoeken de ontpakking met de meeste voorzorgen en met behoedzaamheid te verrigten. Wat het gebruik betreft, hierop is van toepassing de ministeriele missive d.d. 1 Februarij 1871 No.194, afd.XII en mijne Circulaire d.d. 27 December 1880 No.1911. Ten aanzien van het onderhoud dient het volgende in achte genomen: Eenmaal 's jaars de maten zacht opwrijven met eene fijne, drooge linnen lap met een weinig olijfolie en daarna met fijn gewassen zuiver krijt. De bovenrand en andere gesoldeerde plaatsen na van stof en vuil te zijn ontdaan, met een penseel, waarnaa goede olijfolie, ligt bestrijken. Bij aanslag van het koper dat zacht opwrijven met eene drooge zeemlederen lap met krijt. Op den inventaris behoort van de toezending gespecificeerde melding te worden gemaakt. Van de goede ontvangst zie ik berigt tegemoet. De pakkist wordt franco terug verwacht aan mijn adres: depot IJkmaterieel, Bierkade No.3,
's Gravenhage. Welligt dat later eene nota, bevattende een overzigt van de tot heden uitgereikte modellen U zal worden gezonden. Een voorstel omtrent de verwijdering en afschrijving van den inventaris der aan Uw kantoor voorhanden, verouderde model blikken maten, waarvoor nu nieuwe beschikbaar zijn, wordt zoo spoedig mogelijk tegemoet gezien.

De Inspecteur van het IJkwezen (w.g.) A.J.H. van der Toorn
----
Circulaires IJkwezen p. 219
Datum 02-04-1885 Nr. 345
Onderwerp Samenstelling blikken melkmaten
Groep Inhoudsmaten139. No.345 1 Bijlage.
Samenstelling blikken melkmaten.

's Gravenhage, den 2den April 1885

Op verzoek van melkverkoopers, in kringen waar het de gewoonte is de melk te scheppen, is mij de vraag gedaan of het geoorloofd was blikken melkmaten toe te laten, waarbij de ooren zoodanig zijn gevormd, dat bij het scheppen van de melk deze niet in aanraking komt met de hand. Tevens is gevraagd of de blikken melkmaten van koperen ooren mogen worden voorzien. Beide vragen zijn toestemmend beantwoord en voor de hooge ooren is de vorm overeengekomen waarvan U hiernevens eene schetsteekening wordt toegezonden. Mochten dus ook in Uwen kring dergelijke ooren aan blikken melkmaten worden verlangd dan kunnen die worden goedgekeurd onder voorwaarde dat die ooren en hunnen bevestiging aan de maten van geene mindere stevigheid zijn dan die der modellen.

De Inspecteur van het IJkwezen (w.g.) J. Th.Dirks

TEEKENINGEN OOREN

Behoort bij de circulaire van den Inspecteur van het IJkwezen van den 2den April 1885 N.345
----
Circulaires IJkwezen p. 236
Datum 31-05-1892 Nr. 432
Onderwerp Samenstelling blikken maten en Stempeling der inhoudsmaten
Groep Inhoudsmaten Stempeling

's Gravenhage, den 31 Mei 1892

153. No.432 Samenstelling blikken maten en Stempeling der inhoudsmaten (gedeeltelijk) Zie No. 159 Deze mogen niet meer tot den ijk toegelaten worden Ik heb de eer U te berichten:

1e. dat blikken melkmaten, met koperene banden die over de geheele lengte en breedte aan den wand der maat zijn gesoldeerd, zoo dat geen vocht tusfchen de wand en den band kan dringen, geijkt en herijkt kunnen worden en 2e. dat voortaan, bij de stempeling der maten die van eene strook tinsoldeer zijn voorzien, bij de droogmaten – met afwijking van de volgorde die op de modellen der droogmaten is aangewezen – het kantoormerk rechts en het eerste merk van goedkeuring links behoort te worden afgeslagen, terwijl deze merken bij de vochtmaten in omgekeerden zin op elkaar dienen te volgen.

De Inspecteur van het IJkwezen (w.g.) B.P.Moors
----
Circulaires IJkwezen p. 239
Datum 08-01-1894 Nr. 29
Onderwerp Stempelen der maten en gewichten
Groep Stempeling 156. No.29 Stempelen der maten en gewichten.

's Gravenhage, 8 Januari 1894

Ten einde op de maten en gewichten een duidelijken afslag van de merken van goedkeuring gedurende een tijdvak van ten minste twee jaren te verzekeren, heb ik de eer U, krachtens Art.3 mijner instructive met den meesten aandrang uit te noodigen, er voor te zorgen dat, onder Uwe verantwoordelijkheid geen merk op eenige maat of gewicht worde afgeslagen met een stempel, waarvan het stempelveld niet volkomen rein is, noch op vlakken die niet volkomen zijn schoongeschrapt. In het bijzonder dient gij er dus Uwe aandacht aan te wijden dat zoonoodig:
- Verteerde, te dunne of murw geslagen stempelplekjes worden vernieuwd
- Het lood in de kommen der ijzeren gewichten, vooral die van 1 en 2 kilogram en de strooken tinsoldeer bedoeld in Art.37 van het Reglement worden platgeslagen en blank geschrapt, opdat de afslag van den stempel op zuiver metal kunne geschieden.
- Op de groote houden maten (turftonnen, kalkmaten enz.) de houten melkmaten e.d. de met drukinkt voorziene stempel diep genoeg worden afgeslagen op een van alle vuil ontdaan plekjes enz.

De Inspecteur van het IJkwezen (w.g.) B.P.Moors
----
Circulaires IJkwezen p. 239
Datum 12-01-1894 Nr. 29
Onderwerp Stempelen der maten en gewichten
Groep Stempeling 156. No.29 Stempelen der maten en gewichten.

's Gravenhage, 8 Januari 1894

Ten einde op de maten en gewichten een duidelijken afslag van de merken van goedkeuring gedurende een tijdvak van ten minste twee jaren te verzekeren, heb ik de eer U, krachtens Art.3 mijner instructive met den meesten aandrang uit te noodigen, er voor te zorgen dat, onder Uwe verantwoordelijkheid geen merk op eenige maat of gewicht worde afgeslagen met een stempel, waarvan het stempelveld niet volkomen rein is, noch op vlakken die niet volkomen zijn schoongeschrapt. In het bijzonder dient gij er dus Uwe aandacht aan te wijden dat zoonoodig:
- Verteerde, te dunne of murw geslagen stempelplekjes worden vernieuwd
- Het lood in de kommen der ijzeren gewichten, vooral die van 1 en 2 kilogram en de strooken tinsoldeer bedoeld in Art.37 van het Reglement worden platgeslagen en blank geschrapt, opdat de afslag van den stempel op zuiver metal kunne geschieden.
- Op de groote houden maten (turftonnen, kalkmaten enz.) de houten melkmaten e.d. de met drukinkt voorziene stempel diep genoeg worden afgeslagen op een van alle vuil ontdaan plekjes enz.

De Inspecteur van het IJkwezen (w.g.) B.P.Moors
----

Circulaires IJkwezen p. 240

12-01-1894 Nr. 37
Onderwerp Naamplaatjes melkmaten
Groep Inhoudsmaten 157 No.37 Naamplaatjes melkmaten

's Gravenhage, 12 Januari 1894

Ik heb de eer op te merken dat nu de tweejaarlijkschen herijk is ingevoerd en de ervaring heeft geleerd dat de blikken melkmaten door de melkverkoopers voortdurend worden geschuurd, met het gevolg dat de te dunne naamplaatjes op de maten spoedig moeten worden vernieuwd, het thans vooral zal noodig zijn er zorgvuldig op te letten dat gene melkmaten tot den ijk worden toegelaten wier naamplaatjes dunner zijn dan die op de melkmaten.

De Inspecteur van het IJkwezen (w.g.) B.P.Moors
----
Circulaires IJkwezen p. 243 Nr. 652
Onderwerp Wijziging Reglement Art. 35 en 55
Groep IJkwet Inhoudsmaten 159 No. 652 Wijziging Reglement 1 bijlage

's Gravenhage, 13 Augustus 1894

Ingevoilge de opdracht vervat in de Ministriele missive van 7 Augustus 1894, No.117, Afdeeling Handel en Nijverheid (1e onder afdeeling) heb ik de eer U hierbij te doen toekomen een exemplar van het staatsblad dato 25 Juli l.l. no.132, bevattende wijziging van de art. 35 en 55 van het Reglement betreffende den vorm, de samenstelling en de afmetingen der maten en gewichten, vastgesteld bij Koninklijk besluit van 16 October 1869 (Staatsblad No.159) Gelijk U uit het voorgeschrevene sub.1 van het bedoelde wijzigingsbesluit blijken zal, is daarbij bepaald aan welke eischen de bovenkant van alle nieuwe blikken maten voortaan zal hebben te voldoen, alsook dat bij den herijk, zoo de eigenaars dit verlangen, art.35 van het even genoemde reglement ongewijzigd zal worden toegepast. De thans in gebruik zijnde blikken maten (met blikken, ijzeren of koperen band) vervaardigd volgens het voorschrift gelijk dit luidde voor de onderwerpelijke wijziging, blijven dus tot den herijk toegelaten. Ik verzoek U bij den ijk der sub. Ii van bijgevoegd besluit bedoelde vochtmaten, het kantoormerk op den band ongeveer boven te midden van de naamplaat der maat te doen plaatsen en het eerste merk van goedkeuring, rechts naast het Kantoormerk – de maat met de naamplaat naar U toegekend zijnde. Elk volgend merk van goedkeuring wordt naast het voorafgaande geplaatst. De thans in gebruik zijnde blikken vochtmaten van twee deciliter en daarboven, ontvangen bij de eerstvolgende aanbieding ten herijk, het merk van goedkeuring boven het midden der benaming op den blikken, ijzeren of koperen bovenband, de volgende merken van goedkeuring volgen op elkander op dezelfde wijze als boven bij ijk is aangeduid. Ten einde elke beschadiging van den meetrand der maat door het stempelen te voorkomen noodig ik U uit de stempels niet te dicht bij dien rand te doen plaatsen. Tevens geef ik U in bedenking de bedienden van Uw kantoor gelegenheid te geven zich voldoende te oefenen in het stempelen van blikken en ijzeren banden bovenbedoeld, door hen eenige stempels te doen afslaan op dergelijke banden, op dat reeds van den aanvang af de blikken vochtmaten der ijkplichtigen zonder beschadiging naar behooren van duidelijke en voldoende diep afgeslagen merken kunnen worden voorzien. Nog verzoek ik U onverwijld de U toegevoegde ambtenaren en de betrokken fabrikanten in Uwen kring, ieder van zooveel noodig - met de nieuwe wijzigingen het Reglement en de aanwijzing omtrent de stempeling der blikken maten te willen in kennis stellen en de noodige instructien en inlichtingen te willen geven, ter verzekering van eene juiste en eenvormige toepassing van het besluit. Teven geef ik in bedenking tijdelijk een uittreksel van het wijzigingsbesluit op te hangen in de wachtplaats van het IJkkantoor. Ten gevolge van de veranderde wijze van stempeling der blikken vochtmaten van 2 deciliter en daarboven mag bij den ijk dier maten de aanwezigheid van een strook tinsoldeer als bedoeld is in art. 37 b van het Reglement niet meer toegelaten worden. Tevens wordt hierbij bericht dat vochtmaten wier blikken bovenband met een koperen strookje is belegd, en blikken melkmaten met koperen bovenband, als bedoeld zijn sub. 1e van mijne Circulaire d.d. 31 Mei 1892 No.432, niet meer tot den ijk mogen worden toegelaten.

De Inspecteur van het IJkwezen (w.g.) P.B.Moors
----
Circulaires IJkwezen p. 298 Nr. 3593
Onderwerp Melkmaten
Groep Inhoudsmaten 210. (79) N. 3593 Melkmaten

's Gravenhage, 17 April 1906

Met dezen heb ik de eer ter Uwer kennis te brengen dat Zijne Excellentie de Minister mij heeft medegedeeld dat er geen bezwaar bestaat ook in het vervolg koperen melkmaten met rondloopenden stortranden tot den ijk en den herijk toe te laten.

De Inspecteur van het IJkwezen (get.)B.P.Moors

Datum 16-4-1906
----
Circulaires IJkwezen p. 412 Nr. 988
Onderwerp Blikken Maten
Groep Inhoudsmaten
Inspectie van het IJkwezen No.200 No.988 Blikken Maten

's Gravenhage, 22 Mei 1933

Hierbij heb ik de eer U te berichten: Door Uw ambtgenoot te Amsterdam is mij de vraag gesteld of mag worden toegelaten dat in verband met de afmetingen van het in den handel verkrijgbare bandijzer, handvatten van de blikken melkmaten van 1/2 liter mogen worden vervaardigd ter breedte van 16,2 mm. Naar aanleiding van vorenstaande bestaat er bij mij geen bezwaar tegen, dat in afwachting van eene herziening van het Reglement op de maten en gewichten en is afwijking van het K.B. van 28 Mei 1919, Stbl. 269, worden toegelaten, dat handvatten van blikken melkmaten van 1/2 liter worden vervaardigd van bandijzer ter breedte van 16,2 mm.

De Inspecteur van het IJkwezen (w.g.) C.W.J.Damme

Voor eensluidend afschrift, B.Moes.