Bijlagen.                                                   |*77. 4 |                                                         Tweede Kamer. s

        Wijziging van artikel 41 der wet van 26 Mei 1870 (Staatsblad no. 82) betrekkelijk de grondbelasting.
_______________________________________________________________________________________________

(177. 4.)

                                                             VERSLAG

Onder opmerking, dat reeds herhaaldelijk, onder andere bij de behandeling van hoofdstuk IX der Staatsbegrooting voor 1804 (Handelingen 1893/94 bladzijde 718), gewezen is op de behoefte der zuivelfabrieken aan geijkte melkmeetemmers, gaf men bij het afdeelingsonderzoek zijne voldoening te kennen, dat thans eindelijk een voorstel is gedaan om in de behoefte te voorzien.
In de Memorie van Antwoord betreffende hoofdstuk IX der Staatsbegrooting voor het loopende jaar wordt er naar aanleiding van eene daartoe betrekkelijke opmerking in het Voorloopig Verslag, op gewezen, dat aan het ijken van de drijvers deze moeilijkheid is verbonden , dat de deur open zou staan voor fraude, omdat de drijvers verwisseld moeten kunnen worden. Men vroeg of niet een middel te vinden ware, om aan die moeilijkheid te gemoet te komen.

Aangedrongen werd op het in dit wetsontwerp opnemen van de bepaling, dat de hierbedoelde wet voortaan zal worden aangehaald onder den naam van "IJkwet", en dat ook een nieuwe tekst van de wet worde uitgegeven.
Een voorschrift als bovenbedoeld is reeds te lang achterwege gebleven. De tegenwoordige benaming der wet, met hare opsomming van wjjzigingswetten is zeer ondoelmatig en levert in de practijk bezwaar op. Waar de Minister in de Memorie van Toelichting zelf van "IJkwet" spreekt, vertrouwde men dat hij tegen dien naam geen bezwaar zou hebben.

Met de mededeling van het bovenstaande acht de Commissie van Rapporteurs de openbare behandeling van het wetsontwerp genoegzaam is voorbereid.

Aldus vastgesteld den 2den April 1897.


SMBENGE.
VAN GIJN.
SOHAAFSMA.
LELY.
ROESSINGH.

Handelingen der Staten-Generaal. Bijlagen. 1896—1897.