Verschillende benamingen op Curaçao

Vóór de invoering van het metrieke stelsel op Curaçao op 1 Juli 1876, gebruikte men als lengtemaat de Amsterd. el, de Engelsche yard, de Spaansche el of vara = 0,835 M. en soms ook de Grieksche el, voor houtwaren de Amsterd. de Engelsche en de Rijnl. voet. Voor landmaat de Nederl. el; Op St. Martin de acre. Inhoudsmaat was de Curacao'sche of Amsterd. kan, het gallon en soms de Amsterd. pint. Het gewicht was het Amsterd. of het Engelsche pond. IJkkantoren werden ingesteld bij Publ. van 1875 no. 27.

Hoewel de metrieke maten en gewichten de gangbare geworden zijn, gebruikt men daarnaast ook andere. Natte waar wordt gerekend per Curaçaosche kan (cana) van 1,2 L. inhoud; 1 kan = 2 pint (pinchi) = 4 halve pint (mei pinchi) = 8 maatjes (móesji). Ook met gallons van 3 Kan wordt veel gerekend. Voor droge en natte waar kent men nog het schepel (sképel) van 24 kan. Men gebruikt een houten bakje van 10 × 10 cM. wijd en 12 cM. diep; alleen voor pinda wordt een afzonderlijke kan gebruikt van gelijken inhoud maar halve hoogte en dubbel bodemoppervlak. Een verdere eigenaardigheid is nog, dat de gewone kan vlak wordt afgestreken, dus zonder kop, de kan pinda's echter moet met zoo groot mogelijken kop geleverd worden. Voor lengtemaat wordt algemeen met Eng. voeten (pia) en duimen gerekend en met den vadem (brasa) van 6 voet. Katoenen stof wordt verkocht per yard (yarda) of per blok (pesa) = 28 yard. Voor afstanden bestaat geen maat. De buitenneger spreekt wel over een afstand van een bunder, het begrip van oppervlakte verwarrend met dat van lengte: hij bedoelt dan 100 M. Water wordt verkocht per petroleumblik van 5 gallons. Bevloeiïngswater rekent men wel eens per okshoofd of bóco. Velerlei minder kostbare producten worden gerekend per vat (bari) van 96 kan, zooals geitenmest, zand, kalk, kraaksteentjes, klei, enz. Zout per vat van 80 K.G. Bouwsteen wordt steeds per stapelmeter, d.i. een kubiek meter verkocht, onder den naam meter.

Den maïs-oogst berekent men in manden of makoeto van omstreeks 30 pond, ook wel per koffiezak van 50 tot 60 pond. Maïsstokken (paloe maisji) meet men per vaam, dracht of carga, d.i. een bos, die in het midden een omvang heeft van 6 Eng. voet, goed gepakt en ongerekend de meerdere of mindere lengte der stokken. Aloëhars gaat per petroleum-kistje van circa 115 pond.

Op Aruba noemt men de vaten, waarin het sap van de aloë wordt verzameld, halivats (halve vaten). Zij hebben een inhoud van ongeveer 8 gallon.

Dividivi-peulen gaan per mand, zak, blik; in de stad per K.G. Houtskool gaat steeds per kleine zak (± 25 L. inhoud). Paragras per pakje van 25 cents, behoort 25 pond te wegen, maar is in den slechten tijd meest veel lichter.

Bron: digitale bibliotheek voor de Nederlandse letteren dbnl.nl