Tinnen melkmaten

Inhoudsmaten uit tin mochten voor alle natte waren gebruikt worden, behalve voor melk en olie
(dus voornamelijk drank). Aanvanelijk diende het tin gehalte 82 tot 85% te bedragen.
Na 1912 was dat 90%.

In 1840 (K.B. 25-09-1939) werden tinnen maten ook voor melk toegelaten en wel van
0,2 - 0,5 en 1 liter.

Er werd niet gesteld dat de hoogte het dubbele van de diameter zou moeten bedragen.
De wet van 7 april 1869 vermeldde lage tinnen maten uitsluitend voor melk (Artikel 53).
In 1912 waren tinnen melkmaten uit de wet verdwenen.

Vrijsnel na het K.B. van 29 augustus 1828, art. 8 waarin fabrikanten verplicht werden hun naam op ijzeren inhoudsmaten voor droge waren te vermelden werden fabrikanten van tinnen maten, dus ook melkmaten, bij K.B. 22-3-1829 verplicht "hunnen naam of fabrieksmerk aan de buitenzijde des bodems, of op den bovenrand der maat te slaan".